8/08 Humo: tussen hemel en hel

<HUMO> Wat brengt jou in een hogere staat van lichamelijke extase?
<EVY GRUYAERT> « Kussen! Een paar zachte, goed geschappen lippen op de mijne, die er dan liefst ook nog eens zeer acrobatische toestanden mee uitvoeren; héérlijk. Plus: ik heb ooit gelezen dat je bij het kussen een heleboel spieren in werking stelt, waardoor je ook nog eens een karrenvracht calorieën verbrandt. Da’s dus workout en plezier in één!»

<HUMO> Altijd al creatief met lippen geweest?
<GRUYAERT> « Bwa, de eerste kussen vielen danig tegen, maar ik geloof dat dat bij iedereen zo is. Oké, er zullen wel mensen zijn die hun eerste kus beleefd hebben met een heel ervaren iemand, maar meestal doe je zoiets met een jongen of meisje van je eigen leeftijd. En dan is het die eerste keren vooral een kwestie van aftasten. Letterlijk en figuurlijk. Ik dacht in elk geval: yuk, is dit het maar?! Betonmolenkussen, je kent dat. Ritmisch kon je het wel noemen, maar dat was dan meteen ook het enige. Al een geluk dat het gaandeweg geëvolueerd is tot de hoogstandjes die ik nu doorgaans ervaar.

» Verder is seksualiteit natuurlijk ook altijd fijn, maar ik haal mijn fysieke genot evengoed uit heel gewone dingen. In de winter, die ene dag dat het dan mooi weer is, op het strand gaan rondcrossen, de zon op mijn zwarte jas voelen en mijn lichaampje langzaam weten opwarmen. Of des zomers ergens met een goed boek in het gras gaan liggen.

» Dat soort dingen heb ik nodig om mijn batterijen weer helemaal op te laden. Quality time met mezelf, om alle invloeden, ervaringen en indrukken die ik de dagen ervoor heb opgedaan ergens te kunnen wegstoppen in de bibliotheek in mijn hoofd. Anders blijft dat allemaal maar rondzweven en tegen elkaar botsen.»

<HUMO> Hoe belangrijk is eten in je leven?
<GRUYAERT> « Ik kan enórm genieten van eten. Ook al schijnen mensen daar soms andere dingen over te denken. Onlangs kreeg ik het weer eens van iemand te horen: ‘Volgens mij eet jij bijna nooit.’ Jawél, dus! Ik nodig iedereen uit om mij eens 24 uur te komen volgen; je zou ervan verschieten wat ik allemaal naar binnenspeel op een dag. Ik geloof niet dat ik aanleg heb voor anorexia.

» Ik heb wel die chance dat ik vooral verslaafd ben aan dingen die toevallig ook gezond zijn. Groentjes en fruit, en zo. Vlees eet ik al lang niet meer - niet uit principe, maar gewoon: omdat ik het niet lust. Dat werd niet altijd geapprecieerd, want mijn grootouders waren beenhouwers en ik was niet bepaald de beste reclame voor hun zaak (lacht).

» Ik eet enorm graag tonijn. Dat is tegenwoordig een bedreigde diersoort aan het worden, en ik vrees dat ik daar medeplichtig aan ben. Ik heb ook jarenlang, telkens ik een restaurant binnenstapte, bijna automatisch scampi’s besteld. Maar nu is dat een beetje voorbij; ik heb er te veel gegeten. Die beestjes hoeven niet langer angstig ineen te krimpen als ze mijn smoel zien. Ik heb ook gemerkt dat nogal wat restaurants het darmkanaal gewoon laten zitten, en daar gaat je goesting ook snel van over. Die bruine massa op dat rugske; brrrr.»

<HUMO> Schrijf jij nog altijd gedichten, zoals vroeger?
<GRUYAERT> (lacht) « Nee, dat onderdeel van mijn leven is al héél lang vervlogen. Zoals nogal wat puberende tieners versierde ik mijn kaften met zeer emotioneel geladen gedichten. Over de liefde, over mijn geile leventje van toen, over dingen die op dat moment van wereldbelang leken, maar achteraf beschouwd eigenlijk niet zo veel voorstelden.»

<HUMO> Naar verluidt zit je boekenkast volgepropt met schoenen; van lezen zal dus ook wel niet veel in huis komen?
<GRUYAERT> « Nee, dat is een kwakkel. Al mijn ándere kasten zitten vol schoenen, maar in mijn boekenkast zitten voorlopig nog altijd boeken. Ik heb er ook altijd eentje liggen op mijn nachtkastje, voor als ik niet in slaap geraak of iets nodig heb om tot rust te komen. Om dezelfde reden ligt er ook een boek in het toilet; dat zijn eigenlijk de enige plekken dat ik nog eens op mijn gemak ben. Voor de rest ben ik altijd maar aan het hollen van de ene plek naar de andere afspraak.»

<HUMO> Ben je nu ergens in bezig?
<GRUYAERT> « Ja, in ‘De schaduw van de wind’ van Carlos Ruiz Zafón, heb ik te leen gekregen van een collega op het werk. Het is nogal een dikke turf, dus ik was aanvankelijk bang dat ik geen tijd zou vinden om het uit te lezen. Maar ik betrap mezelf erop dat ik tegenwoordig iets vaker naar het toilet ga dan strikt noodzakelijk (lacht).»

<HUMO> Hoe komen je hersenen aan hun trekken?
<GRUYAERT> « Dit zal wel raar klinken, maar ik kan er af en toe intens van genieten om een klein beetje zat te zijn. Geen ladderzatte delirium-toestanden, maar het gevoel tipsy te zijn; de remmen zijn los, je hoofd stopt met draaien - dat kan verdomme fijn zijn. Als dat dan ook nog eens gebeurt op een leuk feestje met mensen die je echt leuk vindt, dan dans ik de hele avond door.»

<HUMO> Waar heb jij een hartsgrondige hekel aan?
<GRUYAERT> « Ik kan me geweldig ergeren aan zondag- slash tweevaksrijders. Ze bestaan echt en het woord dekt volledig de lading: op zondag komen ze massaal uit hun holen gekropen, ze begeven zich op het tweede vak en ze blijven op dat tweede vak. Maakt niet uit of ze nu tachtig, vijftig of honderdzestig rijden. Om uw gordel van op te vreten! En je mag ze niet eens rechts voorbijsteken, want dan krijg jij nog een boete ook!

» Ik ben te goed opgevoed om mijn middelvinger op te steken, dus beperk ik mijn reactie door behoorlijk ostentatief van het eerste rijvak naar het derde te rijden, hen voorbij te steken en daarna weer helemaal terug naar het eerste. In de hoop dat ze door mijn brede manoeuvres inzien dat ze iets verkeerd aan het doen waren en daarna beginnen te rijden zoals het moet. Het is wellicht een te nobel streefdoel, maar zo probeer ik van de wereld een mooiere plaats te maken.

» Verder vind ik het ook vervelend als mensen denken dat ik publiek bezit ben. Ik heb tegenwoordig namelijk nogal wat last van stalkerachtige toestanden. Maar wat kan je daaraan doen?»

<HUMO> Zeg jij het maar. Wat doé je eraan?
<GRUYAERT> « Negeren is nog de beste tactiek, denk ik. Alle aandacht is goed voor die mensen. Zélfs negatieve aandacht.»

<HUMO> Word je op straat achtervolgd, of wat moet ik me erbij voorstellen?
<GRUYAERT> « Nee, er zijn mensen die iedere VRT-postbus die ook maar enigszins aan mij gelinkt is, bestoken met mails. Daarin beschrijven ze dan hun héle leven; hoe ze hun dag vullen, van acht uur ‘s morgens tot twaalf uur ‘s avonds. En ik krijg constant uitnodigingen van het genre: ‘Zou je niet eens willen komen logeren? Je moet dan wel in het bed van mijn moeder slapen, dat vind je toch niet erg?’ Ik hoop dat ze er op de duur mee zullen ophouden, maar eentje is er nu al wel héél lang mee bezig. En als hij ermee ophoudt, komt er ongetwijfeld wel weer een andere… (Gelaten) Het zal er bijhoren, zeker?

» Pas op; er zijn ook veel sympathieke mensen die weleens een kaartje sturen en dat vind ik wél leuk. Ze moeten er alleen niet mee overdrijven.»

<HUMO> Wat maakt jou gelukkig?
<GRUYAERT> « Momenteel: de gedachte dat ik binnenkort misschien ga bouwen. Mijn vriend en ik hebben een lap bouwgrond gevonden en we koesteren het mooie plan om er een soort constructie op te toveren. Dat maakt mij gelukkig, want ik ben iemand die echt een thuis nodig heeft. Niet zomaar een huis, de ‘t’ moet er wel degelijk voorstaan.

» Nu woon ik nog in een appartementje aan de rand van Brussel, en daar ben ik destijds ingetrokken omdat het interessant was, dicht bij mijn werk. Daarvóór reed ik vier jaar aan een stuk elke dag van West-Vlaanderen tot Brussel; da’s 250 kilometer en gemiddeld vier uur per dag in de auto. Dus wou ik dichter komen wonen om de files te vermijden, maar het buikgevoel klopt niet. En daarom trek ik nu terug naar het Gentse: de stok in twee - veertig minuutjes van mijn oorspronkelijke plek en veertig minuutjes van het werk.»

<HUMO> Hoeveel Evy-de-turnster-uit-Meulebeke zit er nog in de huidige Evy?
<GRUYAERT> « Goh, de kern is min of meer hetzelfde gebleven, diep vanbinnen verschil ik niet zoveel van de vroegere Evy. Alleen ben ik geëvolueerd in dat Evy-zijn: dat heet volwassen worden. Concreet ben ik minder naïef dan vroeger; niet dat daar toen iets verkeerd mee was, maar ik ben blij dat ik nu wat meer haar op mijn tong heb gekregen en dat mijn oogjes zijn opengegaan. Je kan een mensenleven vergelijken met een groot gezelschapsspel; je begint op vakje één, gooit af en toe eens met de dobbelstaan, gaat telkens zo- of zoveel vakjes vooruit, en - niemand ontsnapt eraan - soms moet je terug naar start of naar de gevangenis. In mijn geval is dat laatste nog niet letterlijk gebeurd, voor alle duidelijkheid (lacht). Er zat helaas geen handleiding bij mijn gezelschapsspel, dus speel ik het maar zoals ik dénk dat het gespeeld moet worden.»

<HUMO> Heeft een vrolijke spring-in-’t-veld als jij ook ooit dipjes?
<GRUYAERT> « Iederéén is weleens ongelukkig, hè. Als iemand iets onaangenaams tegen je zegt, als ze over je heen lopen en je gebruiken voor het een of het ander… Het vervelende is: als BV kan je het bijna niet maken om te zeggen dat je ongelukkig bent. Er wordt van ons verwacht dat we er op élk moment tof, happy en perfect geschminkt bijlopen. Terwijl ik er soms toch echt wel helemaal doorzit. Bij momenten combineer ik vijf jobs, en ik klaag daar niet over, maar als je maar vier uur per nacht slaapt, is het niet evident om dan ook nog eens de jolige uit te hangen.

» Voor de rest heb ik nog maar weinig echt zware tegenslag gekend. Behalve dan het overlijden van mijn grootvader, waar ik trouwens bijstond. Hij had multiple sclerose en mede daarom ben ik ambassadrice geworden van de MS-liga. Veel mensen weten dit niet, maar er zijn meer Vlamingen met MS dan met AIDS. Tegenwoordig is vooral kanker heel erg in the picture en wordt vooral daarrond veel gedaan - en dat is ook wel heel goed, natuurlijk - maar er zijn nog zoveel ándere dingen.»

<HUMO> Wat verwacht je van het hiernamaals?
<GRUYAERT> « Ik stel me daar iets bij voor zoals in de films; toffe witte wolkjes met eventueel een designzeteltje erop, ik die me daar gemakkelijk in heb genesteld en een hele reeks mannen met goddelijke lichamen die mij druiven voeren. De meer bescheiden hemeltjes van het leven zijn die momenten dat ik eens een dag niéts van werk moet doen, dat ik nog eens gewoon kan optrekken met mijn beste vrienden of mijn ouders kan bezoeken of zo: dat is ook de hemel.»

<HUMO> Met welk goddelijk lichaam zou je weleens iets meer willen doen dan alleen druiven eten?
<GRUYAERT> « Daar moet ik niet lang over nadenken: doe maar Herman Brusselmans! Enerzijds boeit die man mij wel, en anderzijds hebben we nu al een soort schriftelijke relatie. Heel af en toe mailen we elkaar om te vertellen waar we mee bezig zijn en zo. Alleen hebben we elkaar nog nooit ontmoet in het echt en ik vind het dringend tijd worden om onze relatie eens op een hoger niveautje te brengen. Bij deze, Herman; prik maar een datum vast, ik zal er zijn!»

2010 © www.evygruyaert.be - RSS-feed voor deze site